ZO KOMT EEN LOCATIEONDERZOEK TOT STAND
Er zit geen oordeel op gevoel in een rapport. Elke uitkomst komt uit een openbare bron die u zelf kunt naslaan, en waar iets niet gemeten kon worden staat dat er met zoveel woorden bij.
Allemaal open data, op één na. Het straatbeeld komt van Google en blijft onbewerkt; de mast ligt er als aparte tekenlaag overheen.
Van coördinaat tot rapport.
U geeft de coördinaat van de beoogde mast en, als u ze heeft, de maten van het scherm. Weet u die nog niet, dan rekenen we met de standaardmast van 30 meter.
Uit het Nationaal Wegenbestand halen we de rijbanen langs de mast en zetten we kijkpunten op honderd meter, tegen de rijrichting in — voor beide richtingen apart.
Het hoogtemodel van Nederland (AHN, halve meter) levert het obstakelprofiel. Daaruit volgt welk deel van het scherm vrij zicht heeft en hoe hoog de mast minimaal moet zijn.
De verkeersintensiteit komt uit het jaarbestand van Rijkswaterstaat, gekoppeld aan het wegvak. Daaruit volgen contacten per dag en per jaar, per rijrichting.
Bij het Digitaal Stelsel Omgevingswet vragen we op welke omgevingsdocumenten op die coördinaat gelden, met het gemeentelijke deel bovenaan.
Afstand tot de kantstreep, tot woningen en tot op- en afritten, masthoogte en de vrije zone eronder — getoetst aan meetbare normen. Één gezakte harde eis geeft nul, geen lager cijfer.
Alles bevroren in één PDF: de vier antwoorden, het bovenaanzicht met kaartondergrond, het Street View-beeld met de mast ingetekend, en achterin waar elk getal op berust.
Even belangrijk, en daarom staat het er ook in.
Het hoogtemodel is een momentopname uit het inwinjaar. Begroeiing groeit, nieuwbouw ontbreekt. Meet in vóór u indient.
Wij toetsen aan meetbare eisen. Of een college meegaat, hangt ook af van een belangenafweging die zich niet laat rekenen.
De waarde volgt uit openbare tarieven en gemeten verkeer. Wat een exploitant werkelijk betaalt, blijft een onderhandeling.